• Claire Weiler

12 maart, de deuren van het woonzorgcentrum gaan dicht

Ik voel me verscheurd.




Vanaf vandaag wordt er geen bezoek meer toegelaten in het wzc.


Ik voel de behoefte om onze oudere generatie te beschermen tegen ziekmakende virussen zoals corona en de griep. Ik wil ze behoeden voor een lang ziekteproces of een pijnlijke doodsstrijd. Daarom begrijp ik dat we als individu er alles aan moeten doen om een verdere verspreiding in onze samenleving of het begin van een epidemie in ons wzc te vermijden.


Anderzijds ben ik bezorgd. Bezorgd om de impact die een volledige afscherming van de buitenwereld zal hebben op onze bewoners. De laatste jaren wordt er steeds meer aandacht besteed aan activiteiten met mensen en organisaties buiten het woonzorgcentrum. De samenwerking met scholen, naschoolse kinderopvang en andere lokale organisaties zijn van groot belang. Ouderen moeten in contact blijven met de buitenwereld, en omgekeerd. Het is van onschatbare waarde voor het sociaal en emotioneel welzijn van bewoners. Ouderen voelen zich nuttig en gewaardeerd als ze samen met kinderen aan een project werken.


Dit valt allemaal weg, toch voor een tijdje.


Om nog maar te zwijgen over de dagelijkse bezoekjes die bewoners van hun kinderen, partner en vrienden krijgen. Deze mantelzorgers vervullen een waardevolle functie: er ZIJN voor hun geliefde. Samen babbelen, discussiëren of verhalen vertellen over het thuisfront. Voor bewoners met dementie zijn deze bezoeken zeer belangrijk: mantelzorgers zijn een herkenbaar liefdevol gezicht.


Ook dat valt weg.


Ik ben bezorgd om hen, gaan ze na één maand hun dierbaren nog herkennen?

Ik realiseer me dat het de komende dagen nog veel belangrijker dan anders zal zijn om tijd te maken voor een babbeltje met onze bewoners, en hopelijk de leegte een beetje op te vullen.