• Claire Weiler

Dwarrelende Herinneringen

De magie van ons brein.


Ik geef toe, elke keer als ik het zie gebeuren, voel ik me vanbinnen jubelen van plezier.

Ons brein werkt op een bijzondere manier. Ik sta elke keer verbaasd te kijken, als ik het zo duidelijk in actie zie komen.


Na vele jaren werken met ouderen zie ik hoe het geheugen selectiever wordt met de jaren. Nieuwe kennis leren gaat bij sommigen minder vlot. Anderen onthouden niet meer wat gisteren gebeurde. De essentie van het leven gebeurt in het nu. Of in de herinneringen aan vroeger.


Een animatie-activiteit die inspeelt op de herinneringen is reminiscentie. Je haalt herinneringen naar boven. Het bijzondere is dat ik niet weet welke herinneringen in de andere mensen zitten, daardoor heb ik niet dezelfde aanknopingspunten als hun naasten om die herinneringen aan te spreken.


En toch gebeurt het. Een dame, die ik voor het gemak Martha noem, heeft veel leegtes in haar brein. Ik zie plots hoe een oud beeld uit de diepe lagen van haar geheugen naar de oppervlakte komt dwarrelen.


Het gebeurde zo:


Naar aanleiding van werelddierendag zitten we met een aantal bewoners rond de tafel. Er staan enkele voorwerpen op tafel. Deze zijn er hoofdzakelijk om een sfeer te scheppen. Ik begin met een eerste vraag: 'Heb jij een dier gehad?' Martha herinnert zich een hond en een kat. 'Ik had een hond en een kat, ze lagen samen in één mand om te slapen.' Ik geef haar wat tijd om te zien of er nog iets aan het beeld wordt toegevoegd, maar er komt niets meer.


De andere bewoners babbelen verder. Martha is eerder stil aan tafel. Ik weet niet of ze al de gesprekken volgt, maar ze luistert wel. Ik vraag haar: 'Martha? Jij had een hond en een kat, en ze zaten samen in de mand?' 'Ja' antwoordt ze, 'Ze bleven altijd bij elkaar, als we met de hond gingen wandelen, kwam de kat altijd mee.'


Stilte.


Het gesprek met de andere bewoners gaat verder. Iemand vertelt dat een oom boerenpaarden had. Blijkbaar een bekende uit de streek. Er worden vlotjes herinneringen opgehaald. Namen en locaties worden besproken.

Plots zegt Martha: 'Mijn vader was vuilnisman. Hij had een paard: onze Jos. Als vuilnisman reed hij met paard en kar in Hoboken om het huisvuil op te halen. Onze Jos herkende mijn vader goed. Hij kwam altijd bedelen om een suikerklontje. Als hij kon was hij bij ons binnengekomen. Jos, het paard, stond met zijn snoet tegen de deur te bonken om een suikerklontje te vragen. Hij stond één keer zelfs met zijn hoeven op de dorpel, klaar om binnen te komen. Dat mocht natuurlijk niet.'


Ze vertelde vol enthousiasme over het paard van haar vader. Een luchtbel vol herinneringen kwam naar boven dwarrelen. Martha genoot ervan om die herinneringen terug te kunnen beleven. Ze deelde haar plezier met ons.


En ik? Ik jubelde om getuige te mogen zijn van de magie van haar brein. Ik ben dankbaar dat ik mee mag bouwen aan een wereld met dwarrelende herinneringen.